1monopolisten zijn prijszetters
zij kunnen de marktprijs wel beïnvloeden!
2ontstaan monopolie door exclusief gebruiksrecht over productiefactoren
als één enkel bedrijf eigenaar is van een cruciale input of grondstof voor het productieproces
3ontstaan monopolie door de overheid gecreëerde monopolies
exclusieve licenties, octrooien, auteursrechten (om uitvindingen mogleijk te maken, want uitvindingen hebben het karakter van een publiek goed)
4ontstaan monopolie: natuurlijke monopolies
ingevolge schaalvorodelen/netwerkeffecten kan één bedrijf het goed aan ganse markt aanbieden tegen lagere kost (en P) dan wanneer dit zou gebeuren door meer bedrijven (schaalvoordelen vormen hier een soort toetredingsbarrière)
5natuurlijke selectie
impliceert dat soorten (of bedrijven) die zich het best kunnen aanpassen aan hun omgeving (hier aan de concurrentiële marktdruk) het sterkst zijn in de strijd om het voortbestaan
6ontstaan monopolie door externe groei door overnames en fusies
reeks fusies kan leiden tot dominante positie en eventuele monopolie
7winst bij monopolie
blijft op lange termijn wel bestaan, omdat toetreding onmogelijk is!
8mark up
het verschil tussen P en MK
9lerner index
geeft de marktmach van de producent weer
*hoe dichter P bij MK ligt, hoe meer men de volkomen concurrentie benadert
*hoe meer P afwijkt van MK, hoe groter de monopoliemacht wordt
10hoe inelastischer de vraagcurve
hoe groter de monopoliemacht
11welvaartsverlies van monopolies door:
- ontstaan van deadweight loss
- onvoldoende innovatie
- blijvende overwinsten
12prijsdicriminatie
praktijk waarbij dezelfde (of soortgelijke) goederen worden verkocht aan verschillende consumenten tegen verschillende prijzen
* de winst van de monopolist neemt nog verder toe op voorwaarde dat bestaande consumenten de huidige P blijven betalen en de lagere P enkel geldt voor de nieuwe consumenten
13eerstegraads (of perfecte) prijsdiscriminatie
elke consument precies die prijs aanrekenen die overeenstemt met zijn betalingsbereidheid
* bevorderlijk voor welvaart
14tweedegraadsprijsdiscriminatie
de prijs differentiëren op basis van de verkochte hoeveelheid (lagere prijs voor grote volumes)
*bevorderlijk voor welvaart
15derdegraadsprijsdiscriminatie
consumenten indelen in meerdere groepen, met aparte V-curves en WTP. Er mag dan wel geen arbitrage (doorverkoop) tussen de deelmarkte plaatsvinden. Deze segmentering kan direct of indirect zijn
16overheidsbeleid ten aanzien van monopolies
- verhoging concurrentie
- regulering
- monopolie onder overheidsbeheer: probleem --> overheidsbedrijf wordt niet gestimuleerd om zijn kosten te reduceren
- niets doen
17monopsonie
overheid als werkgever
alleen kopen
18bilateraal monopolie
één verkoper + één koper
prijs komt hier tot stand als resultante van de relatieve onderhandelingsmacht van de partijen