1Willingness to pays
elke deelnemer aan een markt hecht een bepaalde waarde aan het verhandelde goed, zoals uitgedrukt door zijn betalingsbereidheid
2kopers bieden per opbod
prijs wordt door de veilingmeester stelselmatig verhoogd totdat er maar één bieder meer overblijft
3kopers bieden bij afslag
prijs wordt door de veilingmeester verlaagd totdat een eerste gedadigde zich meldt
4consumentensurplus
is het verschil tussen het maximumbedrag dat een koper bereid is te betalen en het bedrag dat hij werkelijk moet betalen, gemeten als de oppervlakte onder de V curve, maar boven de prijs
het CS geeft de nettobaat weer die consumenten realiseren bij de aankoop van een goed, dwz bij deelname aan een markt, zoals zij die baat zelf percipiëren
5aanbesteding
is een aankooptechniek waarbij een aanbesteder (vaak een overheid) na het formuleren van kwaliteitseisen waaraan het product moet voldoen, de opdracht toekent aan de aanbieder die het prodcut kan produceren tegen de laagste prijs
6producentensurplus
is het verschil tussen hetgeen een verkoper ontvangt en het laagste bedrag waartegen hij bereid was het product te verkopen, gemeten als de oppervlakte onder de prijs, maar boven de Acurve
het PS geeft de nettobaat weer die producenten realiseren bij de verkoop van een goed, dwz bij deelname aan een markt
7totaal surplus
is de totale waarde die kopers toekennen aan de goederen min de kost die verkopers moeten doen om die goederen te produceren
TS = CS + PS
8ruilefficiëntie
vrije markt wijst het goed automatisch toe aan die kopers die dit het hoogst waarderen, zoals blijkt uit hun WTP
onderling ruilen kan het nut niet meer verhogen
9allocatieve efficiëntie
vrije markt produceert automatisch die hoeveelheid waarbij TS maximaal is
de totale waarde een hoeveelheid output min de waarde van de opgeofferde middelen om die output te produceren, is maximaal
10productieve efficientië
de vrije markt wijst het goed automatisch toe aan die verkopers die dit goed kunnen produceren tegen de laagste kost
productie transfereren naar een ander bedrijf, kan de productiekost niet verder meer doen dalen
11pareto verbetering
is een situatie waarbij de welvaart van een of meer individuen verhoogd, zonder die van een ander individu te verlagen
12pareto efficiënt/optimaal
als het niet meer mogelijk is om nog een pareto verbetering te realiseren
13efficiëntie
produceren van maximale output met minimale input
14equity
rechtvaardige inkomensverdeling
15marktfaling
- externe effecten
- publieke goederen
- marktmacht zoals monopolie en oligopolie
- asymmetrische informatie
16marginale kosten baten analyse
baten en kosten worden vergeleken ongeacht op welke actor in de maatschappij ze betrekking hebben