1de vraag naar productiefactoren is een afgeleide van de vraag
dat wil zeggen dat ze louter voortvloeit uit de vraag naar de eindproducten die met deze factoren worden geproduceerd
2marginaal product van arbeid
komt overeen met de toename van de output die ontstaat door de inzet van één extra eenheid arbeid
3marginaal fysisch product van arbeid
wordt uitgedrukt in fysische eenheden
bv: hoeveelheid appels geplukt door laatst aangeworven plukker
4marginaal geldproduct van arbeid
komt overeen met de verkoopwaarde in geld van het marginaal fysisch product van arbeid
bv: de verkoopwaarde van de hoeveelheid appels geplukt door de laatst aangeworven plukker
5verschuivingen vraagcurve naar arbeid door:
- prijs output
- technologische verandering
- aanbod andere productiefactoren
6budgetrechte
allocatie beschikbare tijd over 'werktijd' (die resulteert in inkomen en dus in 'consumptie' van Goederen en Diensten, G&D) en daarnaast 'vrije tijd'
7indifferentiecurve
geeft de combinaties weer die de arbeider wenst op vlak van 'consumptie van vrije tijd' en 'consumptie van G&D'
8substitutie-effect
als je loon stijgt, wordt vrije tijd 'duurder' en 'G&D' goedkoper, dus ga je minder vrije tijd consumeren, maar meer G&D
9inkomenseffect
als je loon stijgt, stijgt de koopkracht van je inkomen en kan je meer van beide consumeren: G&D en vrije tijd
10substitutie-effect en inkomenseffect
voor het goedkoper geworden goed versterken beide effecten elkaar, voor het duurder geworden goed werken deze effecten tegengesteld
11finaal resultaat hangt af van welk effect de overhand haalt
middenklasse lonen: substitutie > inkomenseffect
zeer lage lonen: inkomenseffect > substitutie
zeer hoge lonen: inkomenseffect > substitutie
12verschuivingen van de aanbodcurve voor arbeid door:
- veranderingen in normen/smaken/voorkeuren
- veranderingen in de andere opportuniteiten
- migratie
13evenwichtsloonvoet
loonvoet die de arbeidsmarkt ruimt
de wg's hebben dan de hoeveelheid arbeid kunnen aanwerven die ze wensen aan te werven, bij de geldende loonvoet. Dus alle jobs geraakten ingevuld
de wn's hebben dan al hun arbeid kunnen aanbieden die ze wensten aan te bieden bij de geldende loonvoet. Dus alle werkzoekenden vonden werk
bij dit evenwichtsloonvoet is er dus normaal geen werkloosheid
14verschuivingen arbeidsaanbod
toename aanbod (immigratie) leidt tot loondaling (in bepaalde sector)
15verschuivingen vraag naar arbeid
toename van de vraag naar eindproduct leidt tot loonstijging
16compensating differentials
loonverschillen die dienen ter compensatie van de niet-monetarie attributen van de job
positief voor gevaarlijke/onaangename jobs
negatief voor aangename jobs
17human capital
de accumulatie van investering in mensen (via onderwijs en opleiding/ervaring) leidt tot hogere lonen omdat geschoolde werknemers een hoger marginaal product realiseren
18talent, inspanning en geluk beïnvloeden ook het loonniveau
talent: topsporters
inspanning: verkopers, managers
(on)geluk: als de vaardigheden die je verwierf, minder waard worden door nieuwe technologie of veranderende vraag
19signalering
het succesvol voltooiren van een (moeilijke) opleiding vormt voor de werkgever een signaal dat deze werknemer over meer dan gemiddelde talenten beschikt, los van de intrinsieke of inhoudelijke kennis en vaardigheden verworven door de opleiding
20supersterfenomeen
sterren worden rijk als ze:
1) een goed aanbieden dat door de consument het meest geegeerd is en ze tegelijk
2) dit goed via een specifieke lagekostentechnologie kunnen aanbieden aan heel veel consumenten tegelijk
21becker's discriminerend voorkeurenmodel
wg heeft een afkeur voor vreemde wn's en wil hen enkel aanwerven tegen een lager loon
bestaande wn's staan afkerig tegen de komst van vreemde wn's en zijn enkel bereid om hen in de groep te accepteren als de wg de vreemde wn's een lager loon betaalt
ook klanten staan afkerig tegen bediening door vreemde wn's en vertonen lagere WTP voor de eindproducten die door deze vreemde wn tot stand zijn gebracht
22MPgk
is het intern rendement dat in bedrijven behaald wordt op reële investeringsprojecten in bedrijfsactiva
23MPgn
is de opbrengst die behaald wordt op het bewerken van landbouwgronden
24inkomenseffect met intrest
als de interest stijgt, stijgt je koopkracht en kan je meer van beide bekomen: meer huidige én meer toekomstige consumptie
25substitutie effect met intrest
als de intrest stijgt, wordt huidige consumptie duurder en toekomstige consumptie goedkoper. Daardoor ga je minder consumeren nu, maar meer consumeren later
26economische rente
is het verschil tussen het evenwichtsloon (dat elke wn ontvangt) en het transferloon (waartegen vele wn's al bereid zouden zijn om hun arbeid aan te bieden)