1nieuw paradigma
filosofisch/theoretisch denkkader dat bepalend is voor een wetenschap/discipline gedurende een bepaalde periode en van waaruit de werkelijkheid wordt geanalyseerd en waarbinnen theorieën, wetmatigheden en experimenten worden geformuleerd
2het principaal-agentprobleem
de agent handel (ageert) in opdracht van een principaal (opdrachtgever)
de agent beschikt over informatie waarover de principaal niet beschikt
er is dus informatieasymmetrie: de informatie is niet symmetrisch verdeeld over beide partijen betrokken bij een transactie
vb. wn (agent) handelt in opdracht van werkgever (principaal)
vb. manager (agent) handelt in opdracht van aandeelhouder (principaal)
3asymmetrische informatie: moreel gevaar (=moral hazard)
aangezien de principaal de agent niet voldoende kan controleren, zal de agent, na afsluiten van het contract, de neiging hebben gedragingen te stellen die eerder zijn eigen belangen dienen en ingaan tegen die van principaal
doet zicht voor in de POSTcontractuele fase
4asymmetrische informatie: averechtse selectie (=adverse selection)
de ene partij (vb verkoper) weet meer over de kenmerken van de verhandelde zaak dan de andere partij (vb koper) en zal dus eerder de minder goede zaken te koop aanbieden (dus voordat het verkoopcontract wordt gesloten)
de koper weet dat dit risico bestaat en zal bijgevolg ook minder bieden voor die producten, aanbieders gaan dan via een spiraal nog minder goede producten aanbieden
doet zich voor in de PREcontractuele fase
5asymmetrische informatie: signalering (=signaling)
actie ondernomen door de geïnformeerde partij om de andere partij te overtuigen van de kwaliteiten van de verhandelde zaak
6asymmetrische informatie: screening
actie ondernomen door de niet-geïnformeerde partij om de kwaliteit van de verhandelde zaak te testen
7salomonsoordeel
spontane reactie uitlokken bij partijen (in een proces) die de waarheid naar boven brengt
8asymmetrische informatie en overheidsbeleid
asymmetrische informatie is een vorm van marktfalen (naast externe effecten, publieke goederen, monopolie, oligopolie). daarom pleit men soms voor meer overheidsinterventie
9overheidsfalen
private markten kunnen het probleem van de asymmetrische informatie vaak zelf oplossen via signalering en screening
overheid beschikt evenmin over volledige informatie
overheid werkt ook imperfect
10mental accounting
een onverwachte inkomenstoename (bonus) wordt anders besteed dan het reguliere inkomen
11kuddementaliteit
als anderen een beslissingsprobleem oplossen op een bepaalde wijze, los jij dat probleem vaak ook op die wijze op. Maar dat is niet altijd de beste oplossing
12ultimatum game
spel dat bestaat uit het verdelen van een som geld, persoon A mag een voorstel voor verdeling doen, maar als persoon B het voorstel afkeurt, krijgt niemand iets
13stemparadoc condorcet
eerste probleem: intransitiviteit der preferenties
tweede probleem: bij stemming door paarsgewijze vergelijking beïnvloedt de volgorde waarin de paarsgewijze vergelijkingen worden gemaakt het bekomen eindresultaat
besluit:
- agenda kunnen bepalen is heel belangrijk
- sommige partijen kunnen strategisch stemgedrag vertonen
- beslissen bij meerderhei is niet noodzakelijk goed voor de maatschappij
14onmogelijkheidstheorema van arrow
arrow toonde wiskundig aan dat geen enkele stemprocedure aan de vier odnerstaande voorwaarden kan voldoen:
- unanimiteit
- transitiviteit
- resultaat moet onafhankelijk zijn van irrelevante alternatieven
- geen dictators
15het model van de mediane kiezer
mediane kiezer haalt vaak gelijk, traditionele partijen schuiven op naar centrum
belang van minderheden komt niet echt aan bod
16MKBA en MCA
MKBA kadert in het neoklassieke paradigma, gericht op pareto-efficientie
MCA (multie criteria analyse) kadert in het institutionalistische paradigma