1uitsluitbaarheid
het is technisch mogelijk (en rendabel) om een niet-betaler uit te sluiten van de consumptie van het betreffende goed
2rivaliteit
consumptie van het goed door één persoon vermindert de hoeveelheid die nog beschikbaar is om te worden geconsumeer door andere personen
3zuiver private goederen
uitsluitbaarheid + rivaliteit
Vb. kledij, chocolade
4zuiver publieke goederen
niet uitsluitbaarheid + niet rivaliteit
Vb. nationale defensie, wegen zonder tolheffing, dammen voor hoogwaterbeheersing
5gemeenschappelijke hulpbronnen
niet uitsluitbaarheid + rivaliteit
Vb. vissen in de oceaan, het milieu
6clubgoederen
uitlsuitbaarheid + niet rivaliteit
Vb. kabeltv, de brandweer, wegen met tolheffing
7vrijbuitersprobleem
ontstaat doordat individuen (handelend in isolatie) de baten van een goed willen bekomen zonder er de ksoten voor te betalen, dit fenomeen is het sterkst in grote groepen
8dominante strategie
niet samenwerken, want wat de andere partij ook doet, deze strategie levert steeds een beter resultaat op
9publiek goed
wordt aangeboden door de overheid, maar een goed aangeboden door de overheid is niet noodzaakelijk een zuiver publiek goed
10tragedy of the commons
gezien de niet uitsluitbaarheid in combinatie met de eindigheid van de hoeveelheid, worden gemeenschappelijke hulpbronnen overgeconsumeerd
11enclosure
privatisering van de gemeenschappelijke hulpbron
12merit good
goed waarvoor de betalingsbereidheid van de consument (zeer) laag is, ook al verhoogt dit goed de welvaart van de consument en die van de maatschappij
gaat meestal om private goederen
dit goed zou ondergeconsumeerd worden als we het zouden overlaten aan de vrije/private markt
Vb. medische verzorging, onderwijs
13merit bad
goed waarvoor de betalingsbereidheid van de consument zeer hoog is, maar dat toch de welvaart van de consument en die van de maatschappij verlaagt
dit goed zou worden overgeconsumeerd als we het zouden overlaten aan de vrije/private markt
Vb. tabak, alcohol, drugs, gokspelen