Micro 5A

23 flashcardsby Aurélie
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
expliciete kosten
vereisen een uitgave van geld
2
impliciete kosten
omvatten de gederfde opbrengsten van de beste alternatieve keuze
3
boekhoudkundige kost
omvat enkel de expliciete kosten
4
economische kost
omvat de totale opportuniteitskost
5
economische winst
worden alle economische kosten als kost erkend en als dusdanig van de totale opbrengst afgetrokken
6
boekhoudkundige winst
wordt enkel rekening gehouden met de boekhoudkundige kosten en alleen deze worden van TO afgetrokken
7
productiviteit
relatie tussen geproduceerde output en de daartoe vereiste input
8
gemiddeld product van arbeid
is de hoeveelheid output die gemiddeld wordt geproduceerd door elke hoeveelheid arbeid
9
marginaal product van arbeid
komt overeen met de toename van de output die ontstaat door de inzet van één extra eenheid arbeid
10
outputelasticiteit
geeft aan in welke mate een procentuele toename van een inputfactor aanleiding geeft tot een procentuele toename van de output
11
wet van de (toenemende en) afnemenede meeropbrengsten van arbeid
MPa stijgt eventueel eerst, maar daalt nadien altijd, naarmate het aantal werknemers toeneemt
12
vaste kost
verandert niet automatisch wanneer de geproduceerde hoeveelheid verandert
13
variabele kost
verandert wel wanneer de geproduceerde hoeveelheid verandert
14
gemiddelde totale kost
geeft aan wat de kost is van één type eenheid wanneer de totale kost evenredig wordt verdeeld over alle geproduceerde eenheden
15
GFK = gemiddelde vaste kost
GFK = FK/Qp
16
GVK = gemiddelde variabele kost
GVK = VK/Qp
17
MK
MK = delta TK/delta Qp
18
marginale kost
komt overeen met de toename in totale kost die ontstaat door de productie van één extra eenheid
19
laagste punt van GTK curve
minimum efficiënte schaal
20
interne schaalvoordelen
ontstaan als de schaal van je eigen bedrijf toeneemt
21
externe schaalvoordelen
ontstaan als de schaal van de sector als geheel toeneemt, zonder dat de schaal van je eigen bedrijf hoeft toe te nemen
22
schaalvoordelen
ontstaan als de schaal van de productie toeneemt bij de productie van eenzelfde product
23
scopevoordelen
ontstaan wanneer één bedrijf twee of meer verwante producten produceert
Study all 23 cards for free