1expliciete kosten
vereisen een uitgave van geld
2impliciete kosten
omvatten de gederfde opbrengsten van de beste alternatieve keuze
3boekhoudkundige kost
omvat enkel de expliciete kosten
4economische kost
omvat de totale opportuniteitskost
5economische winst
worden alle economische kosten als kost erkend en als dusdanig van de totale opbrengst afgetrokken
6boekhoudkundige winst
wordt enkel rekening gehouden met de boekhoudkundige kosten en alleen deze worden van TO afgetrokken
7productiviteit
relatie tussen geproduceerde output en de daartoe vereiste input
8gemiddeld product van arbeid
is de hoeveelheid output die gemiddeld wordt geproduceerd door elke hoeveelheid arbeid
9marginaal product van arbeid
komt overeen met de toename van de output die ontstaat door de inzet van één extra eenheid arbeid
10outputelasticiteit
geeft aan in welke mate een procentuele toename van een inputfactor aanleiding geeft tot een procentuele toename van de output
11wet van de (toenemende en) afnemenede meeropbrengsten van arbeid
MPa stijgt eventueel eerst, maar daalt nadien altijd, naarmate het aantal werknemers toeneemt
12vaste kost
verandert niet automatisch wanneer de geproduceerde hoeveelheid verandert
13variabele kost
verandert wel wanneer de geproduceerde hoeveelheid verandert
14gemiddelde totale kost
geeft aan wat de kost is van één type eenheid wanneer de totale kost evenredig wordt verdeeld over alle geproduceerde eenheden
15GFK = gemiddelde vaste kost
GFK = FK/Qp
16GVK = gemiddelde variabele kost
GVK = VK/Qp
17MK
MK = delta TK/delta Qp
18marginale kost
komt overeen met de toename in totale kost die ontstaat door de productie van één extra eenheid
19laagste punt van GTK curve
minimum efficiënte schaal
20interne schaalvoordelen
ontstaan als de schaal van je eigen bedrijf toeneemt
21externe schaalvoordelen
ontstaan als de schaal van de sector als geheel toeneemt, zonder dat de schaal van je eigen bedrijf hoeft toe te nemen
22schaalvoordelen
ontstaan als de schaal van de productie toeneemt bij de productie van eenzelfde product
23scopevoordelen
ontstaan wanneer één bedrijf twee of meer verwante producten produceert