Micro 13

18 flashcardsby Aurélie
Study these flashcardsFree · spaced repetition · iPhone, Android, Mac & web

All cards

1
oligopolie
is een marktstructuur met weinig aanbieders die identieke of soortgelijke producten produceren (en waarbij strategische interacties een belangrijke rol spelen)
2
homogeen oligopolie
producten zijn identiek
vb producenten van ruwe olie
3
heterogeen oligopolie
producten worden door de consumenten als verschillend beschouwd
vb auto-industrie, chocolade, snoep
4
duopolie
is een oligopolie met twee spelers aan aanbodzijde
vb boeing-airbus
5
concentratieratio's
is voor het meten van de graad van concentratie
6
Cm
cumulatief marktaandeel van de m grootste ondernemingen in de markt
7
herfindahl-hirschman index (HHI)
marktaandelen van alle ondernemingen worden gekwadrateerd en nadien opgeteld
8
link Cm en HHI
hoe dichter Cm en HHI naderen tot 1, hoe geconcentreerder de markt is (monopolie)
hoe dichter bij 0, hoe concurrentiëler
9
gedrag van de oligopolist in geval van duopolie
1) samenwerken --> ze produceren samen de monopolie-ouput en vormen een kartel, ze maximeren de gezamenlijke (over)winst en verdelen deze onderling
2) niet samenwerken --> cheating, nash-evenwicht of kartelbreuk
10
cheating
elk kartellid zal stiekem trachten een hoger aandeel in de makrt te bekomen, want dan stijgt zijn winst (in de veronderstelling dat de andere dat niet doet). door het prijseffect daalt W voor de andere speler. de andere speler zal nadien hetzelfde doen. dit proces gaat echter niet oneindig door totdat de uitkomst van volkomen concurrentie zou zijn bereikt, want er ontstaat een nash-evenwicht
11
nash evenwicht
situatie waarbij economische actoren die met elkaar interageren elk voor zich de beste strategie hebben gekozen, met andere woorden waarbij - gegeven de strategieën die de andere actoren hebben gekozen - geen enkele actor nog voordeel kan realiseren door van deze strategie af te wijken
12
kartelbreuk
bij kartelbreuk produceert het kartel meer dan de monopolieoutput, maar minder dan de vokomen-concurrentieoutput. De prijs is dan lager bij monopolie, maar hoger dan bij volkomen concurrentie
13
bilateraal olgipolie
zowel aan aanbod- als aan vraagzijde is de markt oligopolistisch
vb neobulkmarkt in scheepvaart
14
dominante strategie
een strategie is dominant wanneer zij in alle mogelijke gevallen - dus wat de andere partij ook doet - een beter resultaat oplevert dan alle alternatieve (of gedomineerde) strategieën
een evenwicht in dominante strategie (bij beide spelers) resulteert altijd in één (dat wil zeggen een uniek) nash-evenwicht
maar een nashevenwicht resulteert niet noodzakkelijk uit een evenwicht in dominate strategieën
15
tacit collusion
sommige situatie die zouden kunnen wijzen op kartelafspraken, ontstaan niet noodzakelijk door expliciete collusie, maar soms gewoon door feitelijke gedragingen en observatie van elkaars prijzen
16
cournot nash model
oligopolisten passen gelijktijdig hun hoeveelheid aan rekening houdend met wat andere oligopolisten op de markt brachten
de strateigsche beslissingsvariabele is hier de hoeveelheid
er ontstaat een reactiefunctie
17
betrand model
de strategische beslissingsvariabele is hier de prijs
uiteindelijk zou dit leiden tot P = MK
18
stackelberg model
de marktleider kan als eerste zijn hoeveelheid bepalen en heeft een first mover advantage t.o.v de marktvolger
marktleider heeft er baat bij veel te produceren, dan is er maar weinig over voor de volger
de move van de marktleider moet wel geloofwaardig overkomen
Study all 18 cards for free