1extern effect
is een niet gecompenseerd effect dat ontstaat als gevolg van een handeling van één of meer personen en dat gevolgen heeft voor de welvaart van één of meer andere personen
Vb. marktfaling, publieke goederen
2voorwaarden om te spreken van een extern effect
niet-prijsvoorwaarde en technologische interdependentie
3niet prijsvoorwaarde
als de vervuiler wel een prijs moet betalen, is het effect niet (meer) extern, maar geïnternaliseerd, dus onderdeel geworden van de interne kostprijs van het vervuilend bedrijf
4maatschappelijke kost (formule)
MSK = MPK + MEK
5Maatschappelijke baten (formule)
MSB = MPB + MEB
6begrip nieuwe schaarste
om traditionele schaarste te milderen, brengen we extra productie tot stand, maar die productie genereert nieuwe schaarsten, inzake naar toekomstige generaties toe (milieu)
7private (particuliere) oplossingen voor externe effecten
1) morele codes en labels
2) liefdadigheid
3) integratie (fusie) van de twee bedrijven: als vervuilend bedrijf en benadeeld bedrijf fusioneren worden de effecten vanzelf geïnternaliseerd
8privaat contract afsluiten: coase-theorema
als de eigendomsrechten toebehoren aan de vervuiler kan de benadeelde overwegen om de vervuiler uit te kopen. Als de eigendomsrechten toebehoren aan de benadeelde, kan de vervuiler overwegen om de benadeelde uit te kopen
ongeacht aan wie eigendomsrechten toebehoren, zals de vervuiling doorgang vinden wnr de schade aan de benadeelde lager is dan het voordeel voor de vervuiler
9transactiekosten
kosten om een contract tot stand te brengen en de uitvoering van dat contract te controleren / af te dwingen
10endowment effect
mensen waarderen goederen hoger eenmaal ze er eigenaar zijn van geworden. de minimale compensatievergoeding die mensen ertoe brengt akkoord te gaan om afstand te doen van een bepaald goed of genot is hoger dan het bedrage dat deze mensen ooit zelf bereid zouden zijn te betalen om zo een soortgelijk goed of genot (op)nieuw te verwerven
11reference dependence
mensen waarderen winst en verleis asymmetrisch: aan verlies kent men een sterkere waarde toe dan aan winst
12efficiënte werken van de private markt wordt verhinderd door
- transactiekosten
- endowment effect
- reference dependence
13positioneel extern effect
individuen / bedrijven investeren steeds meer in het verwerven van bepaalde assets die hen voordeel geven in de concurrentiestrijd met anderen
maar anderen doen dat ook en zo verliest die investering een groot deel van haar waarde, maar de kosten nemen wel toe voor allen
om de voorsprong in de concurrentiestrijd te behouden, moet men dan nog verder investeren in die assets, maar de kosten nemen dan nog verder toe
14regulering
overheid legt emissie en andere normen op aan de bedrijven
regulering via uniforme normen in minder efficiënt aangezien de technologie verschilt per bedrijf. De marginale reductiekost verschilt per bedrijf
de normen worden dus beter gedifferentieerd, zoals de milieudoelstelling maar globaal wordt gerealiseerd
15pigouviaanse belasting
= externe kost
bedrijven kiezen via kosten-batenafweging voor goedkoopste oplossing
is efficiënt op voorwaarde dat de hoogte van de pigouviaanse belasting juist is ingeschat, rekening houdend met het gewenste of verantwoorde niveau van vervuiling voor een regio
16verhandelbare emissierechten
overheid stelt per regio de vervuilingsgraad vast die verantwoord is en nadien worden die vervuilingsrechten geveild
deze werkwijze is efficiënt en marktconform
de hoogte van het vervuilingsrecht moet niet vooraf worden geschat, dit wordt gewoon bepaald door de marktwerking
17overheidsbeleid ten aanzien van externe effecten
- regulering
- pigouviaanse belasting
- verhandelbare emissierechten
18andere (publiek-private) oplossingen voor externe effecten
- instelling privaat eigendomsrecht
- beheersing vna de positionele wedloop
19duurzame ontwikkeling
is die ontwikkeling die gericht is op bevrediging van de noden van het heden zonder deze van de komende generaties in het gedrang te brengen
20maatschappelijk verantwoord ondernemen
is de vrijwillige integratie van milieu en sociale overwegingen in de bedrijfsactiviteiten, bovenop de wettelijke en contractuele verplichtingen
21ecologische voetafdruk
is de geschatte oppervlakte die een pesoon nodig heeft om te produceren wat wordt geconsumeerd, en te absorberen wat wordt weggeworpen / uitgestoten (wat nodig is om het milieu te herstellen)
22politiek bestaat uit 5 actoren die elk voor zich een rationele economische calculus maken op basis van eigenbelang
1) politici
2) ambtenaren
3) kiezers
4) politieke partijen
5) drukkingsgroepen
23politici
hebben een KT horizon en streven naar herverkiezing
24vriendjespolitiek
bepaalde sectoren financieren de verkiezingscampagne van politici in ruil voor gunsten acteraf
25log rolling
partij X stemt in met voorstel B van partij Y op voorwaarde dat partij Y ook instemt met voorstel A van partij X, finaal worden beide projecten goedgekeurd en nemen de uitgaven en belastingdruk toe
26ambtenaren
streven naar uitbreiding van publieke en andere collectieve voorzieningen die door hun diensten aan de bevolking worden aangeboden, zo verhoogt hun positie en wedde
27kiezers
kijken voornamelijk naar hun eigen economische situatie
28rational ignorance effect
ze weten dat één individuele stem het verschil niet uitmaakt en analyseren niet altijd de verkiezingsprogramma's, ze blijven onverschillig ofwel inert
29politieke partijen
bundelen ideeën en proberen die te verkopen, ze koppelen verkiezingssuccessen aan deze ideeën
30drukkingsgroepen
proberen hun ideeën te realiseren, maar richten zich niet tot de kiezers op het ogenblik van de verkiezingen, ze beïnvloeden de besluitvorming op indirecte manier